Niet uitvoeren tussenuitspraak door Gemeenteraad Amsterdam

Op 18 januari 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de Gemeenteraad van Amsterdam een flinke tik op de vingers gegeven (ABRS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:100).

Bij tussenuitspraak van 27 januari 2016 had de Afdeling de raad opgedragen een bestemmingsplan binnen 26 weken te herstellen. Op 14 juli 2016 laat de raad de Afdeling weten dat het herstelbesluit bij vaststelling is geamendeerd, zodat op dat moment nog niet tot bekendmaking van dat besluit kon worden overgegaan. Daarna bleef het stil. Op 22 november 2016 heeft de Afdeling de raad eraan herinnerd dat het herstelbesluit alsnog op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend moest worden gemaakt. Hierop hulde de raad zich in stilzwijgen.

In reactie hierop heeft de Afdeling op 18 januari 2017 uitspraak gedaan zonder nadere zitting. De Afdeling constateerde dat de raad niet had voldaan aan de tussenuitspraak. Op grond daarvan wordt het beroep gegrond verklaard en wordt een deel van de planregels vernietigd. Tevens wordt de raad opgedragen het herstelbesluit alsnog binnen twee weken na de verzending van de einduitspraak bekend te maken. Als klap op de vuurpijl legt de Afdeling een door de raad aan appellant en anderen te verbeuren dwangsom op van € 500,– met een maximum van € 50.000,– voor iedere dag dat de termijn van twee weken wordt overschreden.

Deze uitspraak illustreert dat de Afdeling niet met zich laat sollen. Gemeentebesturen dienen op adequate wijze uitvoering te geven aan een opdracht van de bestuursrechter.

De behandelend staatsraad was mr. P.J.J. van Buuren (enkelvoudige kamer).

Meer informatie: Charlotte van Sadelhoff of Martijn Fleers, tel. 070 358 89 90.